Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen

Artikel 1

Het schoolreglement regelt de verhouding tussen leerlingen en hun ouders enerzijds en de school/het schoolbestuur anderzijds.

Artikel 2

De ouders ondertekenen het schoolreglement, de infobrochure en het pedagogisch project van de school voor akkoord. Dit is een inschrijvingsvoorwaarde.

Het schoolreglement wordt door de directeur voorafgaand aan elke inschrijving van de leerling schriftelijk of via elektronische drager en met toelichting, indien de ouders dit wensen (schoolwebsite, e-mail, …) ter beschikking gesteld. Bij elke wijziging van het schoolreglement informeert de directeur de ouders schriftelijk of via elektronische drager en met toelichting, indien de ouders dit wensen. De ouders verklaren zich opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar. De school vraagt de ouders of ze ook een papieren versie van het schoolreglement en/of eventuele wijzigingen wensen en stelt deze ter beschikking.

 

Artikel 3

Dit schoolreglement eerbiedigt de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder.

 

Artikel 4

Voor de toepassing van dit schoolreglement wordt verstaan onder:

 

1°         Aangetekend: met aangetekende brief of tegen afgifte van een gedateerd ontvangstbewijs.

 

2°         Extra-murosactiviteiten: activiteiten van één of méér schooldagen die plaatsvinden buiten de schoolmuren en worden georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen.

 

3°         Klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur en/of typecoördinator samen de verantwoordelijkheid draagt of zal dragen voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling.

 

4°         Leerlingen: de kinderen die regelmatig zijn ingeschreven in de basisschool.

 

5°         Regelmatige leerling:

 

  • voldoet aan de toelatingsvoorwaarden of wijkt hiervan wettelijk af
  • is slechts in één school ingeschreven, behalve als het kind ingeschreven is in een ziekenhuisschool (type 5)
  • is aanwezig in de school en neemt deel aan alle onderwijsactiviteiten, behalve bij gewettigde afwezigheid of wettelijke vrijstelling (deelname aan een taalbad wordt als zodanig beschouwd)
  • moet op 1 februari minstens ⅔ van de lessen aanwezig zijn voor elk vak waarvoor hij is ingeschreven
  • Vanaf het schooljaar 2020-2021 is een 5-jarige kleuter wel leerplichtig.
  • Opgelet: een kind dat een jaar langer naar de kleuterschool gaat, is leerplichtig en moet alle dagen naar school. Hiervoor gelden de regels van het lager onderwijs.

 

6°       Toelatingsvoorwaarden:

 

Om toegelaten te worden tot BuBaO MOZA-IK is een attest en

inschrijvingsverslag  van het CLB noodzakelijk. Leerlingen kunnen er blijven

tot het schooljaar waarin ze 13 jaar worden. Dit kan nog met maximum 1 jaar

verlengd worden.

 

Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste 2,5  jaar oud zijn.

 

Als de kleuter geen 250 halve dagen of meer aanwezig is geweest, dan moet de klassenraad zijn toelating geven om te kunnen starten in het lager onderwijs.

De beslissing en motivatie wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk 10

schooldagen na de eerste schooldag van september of de inschrijving.

 

Om in het lager onderwijs toegelaten te worden, moet een leerling 6 jaar zijn

vóór 1  januari van het lopende schooljaar én ten minste het voorgaande

schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap

erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die

periode ten minste 250 halve dagen aanwezig zijn geweest.

 

Uitzondering::

  • Voor zij-instromers van 7 jaar of ouder gelden de bovenstaande voorwaarden niet.

                       

7°         Leerlingengroep: een aantal leerlingen dat samen voor een bepaalde periode eenzelfde opvoedings- of onderwijsactiviteit volgt.

 

8°        Ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de   minderjarige onder hun bewaring hebben.

 

9°         Pedagogisch project: het geheel van de fundamentele uitgangspunten dat door een schoolbestuur voor een school en haar werking wordt bepaald.

 

10°       School: het pedagogisch geheel, waar onderwijs wordt georganiseerd en dat onder leiding staat van de directeur.

 

11°       Schoolbestuur: de inrichtende macht die verantwoordelijk is voor de sch(o)ol(en) van de gemeente, nl. de gemeenteraad. Inzake daden van dagelijks beheer is het college van burgemeester en schepenen bevoegd.

 

12°       Schoolraad: is een officieel inspraakorgaan waarin ouders, personeel, en personen van de lokale gemeenschap vertegenwoordigd zijn.

 

13°       Werkdag: weekdagen van maandag tot vrijdag, met uitzondering van feestdagen en dagen die vallen tijdens de herfst-, kerst-, krokus-, paas- en zomervakantie.

 

14°     Schooldag: een dag waarop leerlinggebonden activiteiten georganiseerd zijn, met uitzondering van zaterdag, zondag en de schoolvakanties.

Hoofdstuk 2 Engagementsverklaring

Artikel 5

  • 1 Oudercontacten

 

De ouder(s) woont (wonen) de oudercontacten bij.

 

De school organiseert op geregelde tijdstippen oudercontacten :

  • Het eerste oudercontact in september geeft de ouders en de leerkrachten en paramedici de kans met elkaar kennis te maken, de werkwijze te leren kennen en informatie uit te wisselen. Het is een gezamenlijk oudercontact.
  • Op het individueel oudercontact van Kerstmis en het einde van het jaar worden de schoolse vorderingen van uw kind besproken. Er is ook telkens de mogelijkheid om een afspraak te maken met elke leerkracht die uw kind begeleidt, met paramedisch personeel, met de directie en/of met het CLB.
  • De ouders en de school zelf kunnen op eigen initiatief bijkomende oudercontacten voorstellen. Dit gebeurt op afspraak.
  • De ouders kunnen ook vragen om één van de leerkrachten te spreken op lesvrije momenten. Dit gebeurt op afspraak.
  • De ouders kunnen ook worden gevraagd op klassenraden om samen het gedrag en de prestaties van hun kind te bespreken.

 

Soms worden ook speciale infoavonden voor ouders georganiseerd. Dit kan door de school, de scholengemeenschap of een externe organisatie zijn, zowel in als buiten de school.

 

De data worden in juni meegedeeld op een activiteitenkalender voor het volgende schooljaar en vindt u ook op onze website.

 

  • 2 Voldoende aanwezigheid

 

De ouders zorgen ervoor dat hun kind elke schooldag en op tijd naar school komt.

 

  • 3 Deelnemen aan individuele begeleiding

 

Sommige kinderen hebben nood aan een individuele begeleiding. Voor kinderen die daar nood aan hebben, werkt de school vormen van individuele ondersteuning uit en ze maakt daarover afspraken met de ouders, zoals voorzien in het zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid van de school.

De ouders ondersteunen op een positieve manier de maatregelen die in samenspraak genomen zijn.

 

  • 4 Nederlands is de onderwijstaal van de school.

 

Ouders moedigen hun kind(eren) aan om Nederlands te leren.

Ouders ondersteunen de initiatieven en de maatregelen die de school neemt om de eventuele taalachterstand van hun kind(eren) weg te werken.

Communicatie met de school verloopt in het Nederlands. Ouders gaan akkoord om hieraan mee te werken.

 

  • 5 Vanuit het neutraliteitsbeginsel zijn alle leerlingen eraan gehouden zich te onthouden

van alle uiterlijke symbolen aangaande hun levensbeschouwing.

Hoofdstuk 3 Sponsoring

Artikel 6

  • 1 De school werkt voor het bereiken van de eindtermen en het nastreven van ontwikkelingsdoelen met de middelen die door de Vlaamse Gemeenschap en door het schoolbestuur ter beschikking worden gesteld.

 

  • 2 Om de bijdragen van de ouders voor niet-eindterm gebonden onderwijskosten te beperken, kan de school gebruik maken van geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning door derden.

 

  • 3 Dergelijke ondersteuning in de vorm van mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, kan enkel in geval van facultatieve activiteiten en na overleg in de schoolraad.

 

  • 4 De school zal in geval van dergelijke ondersteuning enkel vermelden dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking, een gratis prestatie of een prestatie verricht onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging.

 

  • 5 De bedoelde mededelingen kunnen enkel indien:

 

1°         deze mededelingen verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school;

2°         deze mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen.

 

  • 6 In geval van vragen of problemen met betrekking tot de geldelijke of niet-geldelijke ondersteuning door derden, richt men zich tot het schoolbestuur.

Hoofdstuk 4 Kostenbeheersing

Artikel 7

  • 1 Kosteloos

Het schoolbestuur vraagt geen direct of indirect inschrijvingsgeld.
Het schoolbestuur vraagt geen bijdrage voor onderwijsgebonden kosten die noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven.

De school biedt volgende materialen gratis ter beschikking, maar ze blijven eigendom van de school. Als ze gebruikt worden voor huistaken, gelden volgende afspraken: materiaal welke eigendom is van de school en welke leerlingen thuis of op school kunnen gebruiken, dienen in een goede staat afgeleverd te worden vóór de laatste schoolweek van juni.  Indien deze niet terugbezorgd worden of beschadigd zijn, dan zal de werkelijke kostprijs aangerekend worden op de eindfactuur van dat schooljaar.

 

Lijst met materialen Voorbeelden
Bewegingsmateriaal Ballen, touwen, (klim)toestellen, driewielers, …
Constructiemateriaal

 

Karton, hout, hechtingen, gereedschap, katrollen, tandwielen, bouwdozen, …
Handboeken, schriften, werkboeken en -blaadjes, fotokopieën, software
ICT-materiaal

 

Computers inclusief internet, tv, radio, telefoon,…
Informatiebronnen

 

(Verklarend) woordenboek, (kinder)krant, jeugdencyclopedie, documentatiecentrum, cd-rom, dvd, klank- en beeldmateriaal, …
Kinderliteratuur

 

Prentenboeken, (voor)leesboeken,  kinderromans, poëzie, strips, …
Knutselmateriaal Lijm, schaar, grondstoffen, textiel, …
Leer- en ontwikkelingsmateriaal Spelmateriaal, lees- en rekenmateriaal, denkspellen, materiaal voor socio-emotionele ontwikkeling, …
Meetmateriaal Lat, graadboog, geodriehoek, tekendriehoek, klok (analoog en digitaal), thermometer, weegschaal, …
Multimediamateriaal

 

Audiovisuele toestellen, fototoestel, cassetterecorder, dvd-speler, …
Muziekinstrumenten Trommels, fluiten, …
Planning materiaal Schoolagenda, kalender, dagindeling, …
Schrijfgerief Potlood, pen, …
Tekengerief Stiften, kleurpotloden, verf, penselen, …
Atlas, globe, kaarten, kompas, passer, tweetalige alfabetische woordenlijst, zakrekenmachine

 

 

 

  • 2 Scherpe maximumfactuur

 

Het schoolbestuur kan echter een beperkte bijdrage vragen voor kosten die ze maakt om de eindtermen en de ontwikkelingsdoelen te verlevendigen.

Dit gebeurt steeds na overleg met de schoolraad.

Het gaat over volgende bijdragen :

  1. de toegangsprijs voor het zwembad, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor de toegangsprijs door de Vlaamse Gemeenschap wordt gedragen;
  2. de toegangsprijs bij pedagogisch-didactische uitstappen;
  3. de deelnamekosten bij eendaagse extra-murosactiviteiten;
  4. de vervoerskosten bij pedagogisch-didactische uitstappen, eendaagse extra-murosactiviteiten en zwemmen, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor de vervoerkosten naar het zwembad door de Vlaamse Gemeenschap worden gedragen;
  5. de aankoopprijs van turn- en zwemkledij;
  6. de kosten voor occasionele activiteiten, projecten en feestactiviteiten;
  7. …..

 

Maximumbijdrage per schooljaar:

Kleuter : 45 euro

Leerling lager onderwijs: 90 euro

 

De school vraagt een bijdrage voor:

 

Kleuter Lager
Wat Bedrag Klas Wat Bedrag
Toneel €8

 

 

 

 

Toneel €8

 

 

 

Zwemmen

 

€1 per zwembeurt Zwemmen

 

€1 per zwembeurt
Schoolreis

 

 

€15-€30 Schoolreis

 

€15-€30
 

 

Schaatsen

 

 

€15 Schaatsen

 

€15
Film

 

 

€10 Film

 

€10
 

 

 

  • 3 Minder scherpe maximumfactuur

 

Voor meerdaagse extra-murosactiviteiten kan enkel in de lagere school een bijdrage gevraagd worden. Dit gebeurt na overleg met de schoolraad.

 

Deze bijdrage mag maximaal 440 euro bedragen voor de volledige schoolloopbaan lager onderwijs.

 

 

  • 4 Bijdrageregeling

 

De school biedt volgende diensten en materialen aan tegen betaling:

 

  1. leerlingenvervoer indien niet rechthebbend;
  1. vervoer en deelname aan buitenschoolse activiteiten (o.a. Stichting Vlaamse Schoolsport);
  1. middagtoezicht; (€0,35 per schooldag)
  2. maaltijden en dranken; (€3,20 per maaltijd en €0,50 voor soep)

Indien uw kind uitzonderlijk zijn boterhammen vergeet, kunnen wij een warme maaltijd aanbieden. Een occasionele maaltijd is €3,50. Wanneer er op die dag geen warme maaltijden zijn, bieden wij boterhammen aan. De kostprijs is €1,50.

  1. abonnementen voor tijdschriften; (kostprijs is afhankelijk van het abonnement zelf)
  2. nieuwjaarsbrieven; (€1 per exemplaar)
  3. klasfoto’s; (prijs afhankelijk van het gekozen pakket)
  4. steunacties.
  5. turnkledij (€10 voor een zwarte short; €10 voor een t-shirt van de school; €5 voor een turnzak)
  6. huur zwemkledij (€1 per keer)
  7. zwembrevet (€1,50 per exemplaar)
  8. …..

 

De ouders kiezen of ze hier gebruik van maken of niet. De school gebruikt deze materialen/diensten niet in haar activiteiten en lessen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 5 Basisuitrusting

 

De school verwacht dat de leerlingen over volgende zaken beschikken. De basisuitrusting valt ten laste van de ouders:

 

 

Kleuter Lager
Klas Wat Klas Wat
boekentas

sportschoenen/turnpantoffels

drinkbus

brooddoos

fruit/koekendoosje

 

boekentas

turnzak

zwart shortje

sportschoenen/turnpantoffels

drinkbus

brooddoos

fruit/koekendoosje

 

 

 

  • 6 Betalingen

 

 

De school stuurt maandelijks een factuur. Op deze factuur kunnen kosten staan uit volgende punten: scherpe maximumfactuur, openluchtklassen en bijdragen die een vrije keuze zijn.

Wie problemen heeft kan dit laten weten. Samen zoeken wij naar een gepaste oplossing,

ook voor de openluchtklassen.

Niet-betaalde rekeningen worden via de gemeente gevorderd, eventueel met behulp van

een deurwaarder.

 

Het schoolbestuur kan in uitzonderlijke omstandigheden, na advies van de directeur en in samenspraak met de ouders, een van de volgende afwijkingen op de leerlingenbijdragen toestaan:

  1. Verdere spreiding van betaling;
  2. Uitstel van betaling;

Gescheiden ouders kunnen indien zij dit wensen aan het secretariaat vragen om briefwisseling en facturen dubbel mee te geven.

Hoofdstuk 5 Extra-murosactiviteiten

Artikel 8

Extra-murosactiviteiten zijn activiteiten van één of meerdere schooldagen die plaatsvinden buiten de schoolmuren en worden georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen.

De school streeft ernaar dat alle leerlingen deelnemen aan de extra-murosactiviteiten, aangezien ze deel uitmaken van het leerprogramma.

De ouders worden tijdig geïnformeerd over de geplande extra-murosactiviteiten.

Extra-murosactiviteiten van één schooldag:

Sportdagen en schooluitstappen van één dag maken deel van het onderwijsaanbod en vinden soms voor een deel buiten de lesuren plaats. Leerlingen moeten er in principe aan deelnemen.

Een extra-murosactiviteit van 1 dag wordt aangekondigd via de maandbrief.

Extra-murosactiviteiten van meerdere schooldagen:

Voor de deelname aan een meerdaagse extra-murosactiviteit geven de ouders expliciet een schriftelijke toestemming.

Ouders hebben echter het recht om hun kinderen niet mee te laten gaan op extra-murosactiviteiten. Ze moeten deze weigering schriftelijk kenbaar maken aan de school.

Als de leerling niet deelneemt dan moet de leerling toch op school aanwezig zijn. Voor deze leerlingen voorziet de school een aangepast programma.

Activiteiten die volledig buiten de schooluren georganiseerd worden, vallen hier niet onder.

Hoofdstuk 6 Huiswerk, agenda’s, rapporten, evaluatie en schoolloopbaan

Artikel 9         Huiswerk

 

Huiswerk vormt de brug tussen de school en de ouders.

 

– Bij het begin van ieder schooljaar wordt in overleg bij type Basisaanbod en type 9

afgesproken

op welke dagen huiswerk wordt gegeven.

– Huiswerken staan in de schoolagenda of in het heen- en weerschriftje (kleuters).

– In het lager onderwijs is ‘plannen en leren organiseren’ een eindterm. Huiswerk maken is

een manier om een leerling planning en organisatie aan te leren.

– Huiswerken bieden een kans om ouders te betrekken bij de school, want ook van ouders

mag

worden verwacht dat ze hun kind begeleiden en helpen bij het huiswerk.

– Een school mag zelf kiezen hoe ze huistaken aanbiedt en kan daar ook het internet voor

gebruiken.

Als taken alleen op het internet staan, moet de school jou daar wel vooraf toestemming

voor vragen.

– Als internet taken een probleem vormen, meld dit bij de klasleerkracht.

 

Artikel 10        Agenda 

 

De agenda wordt gebruikt als communicatiemiddel tussen ouders en leerkrachten. Op deze manier kunnen ouders hun vragen en/of bezorgdheden meedelen.

De ouders engageren zich om de agenda minstens wekelijks te handtekenen.

 

Artikel 11        Evaluatie en rapport

 

Kennis, vaardigheden en attitudes worden voortdurend geëvalueerd door observaties en testen.

Op basis van deze observaties en rekening houdend met de talenten van onze leerlingen wordt er een groepswerkplan en een individueel handelingsplan opgesteld door de klassenraad.

 

Op het einde van elk trimester en voor de herfstvakantie krijgen de kinderen een rapport mee. Het rapport van Kerstmis en het rapport van einde van het jaar wordt besproken op een oudercontact.

 

Het rapport bevat de voor uw kind geselecteerde leerdoelen van de verschillende leergebieden met een evaluatie daarvan. We evalueren ook het effect van de vooropgestelde afspraken tijdens de klassenraad.

Ook de houding wordt geëvalueerd.  De kinderen kunnen bovendien zichzelf evalueren.  Ouders kunnen er  hun bedenkingen op kwijt.  Zij ondertekenen het rapport en geven het onmiddellijk terug mee naar school.

Gescheiden ouders kunnen indien zij dit wensen aan de klasleerkracht  om briefwisseling en rapporten dubbel mee te geven.

 

 

Artikel 12       Schoolloopbaan

 

  • 1 Op voorwaarde dat aan alle toelatingsvoorwaarden voldaan is, nemen de ouders van de leerling de eindbeslissing inzake:
  • de overgang van kleuter- naar lager onderwijs, na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB;
  • het volgen van nog één schooljaar lager onderwijs, als de leerling 14 jaar wordt voor 1 januari van het lopende schooljaar, en dit na kennisneming van en toelichting bij het gunstig advies van de klassenraad en het advies van het CLB.
  • 2 In alle andere gevallen neemt de school de eindbeslissing inzake het herhalen of

versnellen van de aangeboden leerdoelen voor de leerling:

Een school die beslist het leerproces van een leerling te onderbreken door deze

leerling het aanbod van het afgelopen schooljaar gedurende het daaropvolgende

schooljaar nogmaals te laten volgen, neemt deze beslissing na overleg met het CLB.

De beslissing wordt  aan de ouders schriftelijk gemotiveerd en mondeling toegelicht.

De school deelt mee welke bijzondere aandachtspunten er in het daaropvolgende

schooljaar  voor de leerling zijn.

In het leerlingendossier bewaart de school de adviezen van de klassenraad en het

CLB en/of het bewijsstuk waaruit blijkt dat ouders kennis hebben genomen en

toelichting hebben gekregen bij het advies van de klassenraad en CLB.

 

 

Hoofdstuk 7 Afwezigheden en te laat komen

Artikel 13       Afwezigheden

 

Zowel voor kleuters als voor leerlingen lager onderwijs is een voldoende aanwezigheid noodzakelijk  voor een vlotte schoolloopbaan.

Afwezigheden worden telefonisch en/of schriftelijk (per mail) meegedeeld aan het secretariaat of de klasleerkracht,  vóór de start van de schooldag.

Voor leerlingen die met de schoolbus komen, vragen we eveneens om zo snel mogelijk de busbegeleider telefonisch te verwittigen.

.

  • 1 Kleuteronderwijs

Er is geen medisch attest nodig voor afwezigheden van kleuters.

Vanaf het schooljaar 2020-2021 is een 5-jarige kleuter wel leerplichtig.

Opgelet: een kind dat een jaar langer naar de kleuterschool gaat, is leerplichtig en moet alle dagen naar school. Hiervoor gelden de regels van het lager onderwijs.

 

  • 2 Lager onderwijs

 

 

1° Afwezigheid wegens ziekte is een gewettigde afwezigheid, mits voorlegging van één van volgende documenten:

 

  1. a) een verklaring van ziekte ondertekend en gedateerd door een ouder. Dit kan hoogstens vier maal per schooljaar worden ingediend en dit telkens voor maximum 3 opeenvolgende kalenderdagen. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.

Een invuldocument is te vinden in de schoolagenda.

 

  1. b) een medisch attest is nodig:

 

  • als de ouders al vier maal in een schooljaar zelf een verklaring wegens ziekte hebben ingediend;
  • bij een afwezigheid wegens ziekte van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen;

 

 

2° Afwezigheid van rechtswege:

 

Bij een afwezigheid van rechtswege bezorgen de ouders aan de directeur of klasleerkracht  een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
Het gaat om volgende gevallen:

  • het bijwonen van een familieraad;
  • het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de leerling of van een bloed- of aanverwant van de leerling;
  • de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;
  • het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming;
  • de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht;

(bijvoorbeeld door staking van het openbaar vervoer, door overstroming,…);

  • het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling.
  • het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging als topsportbelofte aan sportieve manifestaties.Deze afwezigheid kan maximaal 10 dagen, al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar.

 

 

3° Afwezigheid mits voorafgaandelijke toestemming van de directeur:

 

Bij een afwezigheid met toestemming van de directeur bezorgen de ouders aan de directeur een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
4° Afwezigheid wegens verplaatsingen van de trekkende bevolking:

In uitzonderlijke omstandigheden kan de afwezigheid van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners gewettigd zijn om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen.
De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de directeur en de ouders.
5° Afwezigheden voor topsport voor de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek mits toestemming van de directie:


Deze categorie afwezigheden kan slechts worden toegestaan voor maximaal zes lestijden per week (verplaatsingen inbegrepen) en kan enkel als de school voor de betrokken topsportbelofte over een dossier beschikt dat volgende elementen bevat:

  • een gemotiveerde aanvraag van de ouders
  • een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie
  • een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap
  • een akkoord van de directie

 

Een directie die dit engagement niet wil nemen (bijv. omdat het een te grote belasting voor de school zou betekenen), heeft dus het recht om de aanvraag te weigeren.

 

 

6° Afwezigheden omwille van revalidatie tijdens de lestijden

 

 

  1. a) de afwezigheid omwille van revalidatie na ziekte of ongeval, en dit gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen (voor situaties die niet onder b) vallen).

 

Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat minstens de volgende elementen bevat:

  • een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
  • een medisch attest waaruit de noodzakelijkheid, de frequentie en de duur van de revalidatie blijkt;
  • een advies, geformuleerd door het CLB, na overleg met de klassenraad en de ouders

waarom revalidatie tijdens de lestijden vereist is.

  • een toestemming van de directeur voor een periode die de duur van de behandeling, vermeld in het medisch attest, niet kan overschrijden.

Uitzonderlijk kunnen de 150 minuten overschreden worden, mits gunstig advies van de arts van het CLB, in overleg met de klassenraad en de ouders.

 

  1. b) de afwezigheid in het buitengewoon onderwijs gedurende maximaal 250 minuten per week, verplaatsing inbegrepen.

Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat:

  • een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
  • een verslag (zoals vermeld in artikel 15 van het decreet basisonderwijs) of een inschrijvingsverslag
  • een advies, geformuleerd door het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders. Dat advies moet motiveren waarom revalidatie voor die leerling vereist is.

Het betreft revalidatie in een discipline die de school niet aanbiedt.

  • een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker over de manier waarop de revalidatie het onderwijsaanbod voor de leerling in kwestie zal aanvullen en de manier waarop de informatie-uitwisseling zal verlopen. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag aan de directie van de school en van het CLB, met inachtneming van de privacywetgeving waaraan hij onderworpen is
  • een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag waarvan sprake in punt hierboven.

De therapie en de onderzoeken die gegeven wordt aan leerlingen uit het buitengewoon onderwijs door een therapeut verbonden aan een MFC (multifunctioneel centrum) gebeuren best buiten de schooluren.

Onderzoeken in het kader van preventieve gezondheidszorg en diagnostische onderzoeken die uitgevoerd worden door een CLB worden niet als een afwezigheid gecodeerd.

De verzekering van de leerlingen die tijdens de lestijden revalidatie krijgen, valt tijdens de periode van de therapie en de verplaatsingen niet ten laste van de schoolverzekering. De begeleiding van de leerling tijdens de verplaatsingen vallen niet ten laste van de school.

 

7° Afwezigheden omwille van preventieve schorsing en tijdelijke en definitieve uitsluiting :

 

Een afwezigheid omwille van een preventieve schorsing, een tijdelijke of definitieve uitsluiting en waarbij de school gemotiveerd heeft dat opvang in de school  niet haalbaar is ,is een gewettigde afwezigheid.

 

 

  • 3 Problematische afwezigheden

Alle afwezigheden die niet zijn opgesomd of niet kunnen worden gewettigd zoals beschreven onder
§ 2 worden ten aanzien van de leerling beschouwd als problematische afwezigheden. Ook afwezigheden gewettigd door een twijfelachtig medisch attest, met name de ‘dixit’ -attesten, geantidateerde attesten en attesten die een niet-medische reden vermelden, worden als problematische afwezigheden beschouwd.

In deze gevallen zal de directeur contact opnemen met de ouders. De ouders kunnen deze afwezigheid alsnog wettigen.

Vanaf vijf halve lesdagen (al dan niet gespreid) = problematische afwezigheden heeft de school een meldingsplicht ten opzichte van het CLB. Het CLB voorziet begeleiding voor de betrokken leerling, in samenwerking met de school.

De school moet minimaal aan een aantal door de overheid opgelegde voorwaarden voldaan hebben: de afwezigheid signaleren aan het CLB, samenwerken met het CLB aan de begeleiding van de leerling en een schriftelijke neerslag van de inspanningen.

De als problematisch geregistreerde afwezigheid van de leerling wordt als gewettigd beschouwd als de school aan de volgende voorwaarden voldoet :

1° begeleidende maatregelen neemt, ongeacht het aantal halve dagen problematische afwezigheid dat de leerling opbouwt;

2° een dossier van die begeleidende maatregelen bijhoudt, eventueel als onderdeel van een leerlingendossier;

3° vanaf vijf al dan niet gespreide halve lesdagen problematische afwezigheid per schooljaar:

  • die afwezigheden signaleert aan het CLB;
  • samenwerkt met het CLB en samen met het CLB beslist of het onmiddellijk opstarten van een CLB-begeleidingstraject noodzakelijk is;
  • extra begeleidende maatregelen neemt na advies van het CLB.

De wettiging van problematische afwezigheden is dus afhankelijk van het feit dat de school kan aantonen dat ze, in samenwerking met het begeleidend CLB, ernstige inspanningen heeft geleverd om de leerling die problematisch afwezig is te begeleiden.

 

Artikel 14  Te laat komen

 

 

  • 1 Kinderen moeten op tijd op school zijn. Een leerling die toch te laat komt, begeeft zich zo spoedig mogelijk naar de klasgroep.

De ouders worden bij herhaaldelijk te laat komen van hun kind gecontacteerd door de directie/klasleerkracht en/of CLB. Ze maken hierover afspraken.

 

  • 2 In uitzonderlijke gevallen kan een leerling die daarvoor een gewettigde reden heeft, de school voor het einde van de schooldag verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de directeur.

Hoofdstuk 8 Schending van de leefregels, preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting

Artikel 15        Leefregels

 

Ouders respecteren zelf de leefregels die voor de kinderen gelden en  stimuleren hun kind om de leefregels van de school na te leven.

 

Deze leefregels zijn vanaf september 2020 terug te vinden in de infobrochure en op onze website.

 

 

 Artikel 16      Schending van de leefregels en ordemaatregelen

 

  • 1 Indien een leerling door zijn gedrag de leefregels schendt of de goede orde in de school in het gedrang brengt, kunnen maatregelen worden genomen.

Een opsomming van deze maatregelen zijn terug te vinden in de infobrochure.

Indien een leerling iets opzettelijk stuk maakt, dan zal dit gevolgen hebben.

 

 

  • 2 Meer verregaande maatregelen kunnen zijn:
  • De klasleerkracht en/of de directeur nemen contact op met de ouders en bespreken het gedrag van de leerling. Van dit contact wordt een verslag gemaakt.

 

  • preventieve schorsing :

Een preventieve schorsing is een uitzonderlijke maatregel die de directeur voor een leerplichtige leerling in het lager onderwijs kan hanteren als bewarende maatregel om de leefregels te handhaven en om te kunnen nagaan of een tuchtsanctie aangewezen is.

De leerling mag gedurende maximaal vijf opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De directeur kan, mits motivering aan de ouders, beslissen om die periode eenmalig met maximaal vijf opeenvolgende schooldagen te verlengen indien door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen die eerste periode kan worden afgerond.

De preventieve schorsing kan onmiddellijk uitwerking hebben en de school stelt de ouders in kennis van de preventieve schorsing. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

 

  • 3 Indien vermelde maatregelen niet het gewenste effect hebben, kan een individueel begeleidingsplan met meer bindende gedragsregels worden vastgelegd door de directeur.
    Dit moet ertoe bijdragen dat een goede samenwerking met personeelsleden en/of medeleerlingen opnieuw mogelijk wordt.
    Dit begeleidingsplan wordt opgesteld door de klasleerkracht, de typecoördinator en de directeur. Het wordt steeds besproken met de ouders. Het wordt van kracht van zodra de ouders het begeleidingsplan ondertekenen voor akkoord.
    Indien de ouders niet akkoord gaan met het individueel begeleidingsplan, kan de directeur onmiddellijk overgaan tot het opstarten van een tuchtprocedure.

 

  • 4 Tegen geen enkele van deze maatregelen is er beroep mogelijk.

 

 

Artikel 17       Tuchtmaatregelen: tijdelijke en definitieve uitsluiting van leerlingen

 

  • 1 Het onbehoorlijk gedrag van een leerling kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel noodzakelijk maken.

 

  • 2 Een tuchtmaatregel kan worden opgelegd indien de leerling:
  • het verstrekken van opvoeding en onderwijs in gevaar brengt;
  • de verwezenlijking van het pedagogisch project van de school in het gedrang brengt;
  • ernstige of wettelijk strafbare feiten pleegt;
  • zich niet houdt aan het eventueel opgesteld individueel begeleidingsplan;
  • de naam van de school of de waardigheid van het personeel aantast;
  • de school materiële schade toebrengt.

 

  • 3 Tuchtmaatregelen zijn:

 

Tijdelijke uitsluiting

 

De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerplichtige leerling in het lager onderwijs tijdelijk uitsluiten. Een tijdelijke uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling gedurende minimaal één schooldag en maximaal vijftien opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet mag volgen. Een nieuwe tijdelijke uitsluiting kan enkel na een nieuw feit. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

 

 

Definitieve uitsluiting.

 

De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerplichtige leerling in het lager onderwijs definitief uitsluiten. Een definitieve uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling wordt uitgeschreven op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk één maand, vakantieperioden tussen 1 september en 30 juni niet inbegrepen, na de schriftelijke kennisgeving.

 

In afwachting van een inschrijving in een andere school mag de gesanctioneerde leerling de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

 

  • 4 Er is geen mogelijkheid tot collectieve uitsluiting: elke leerling wordt afzonderlijk worden behandeld.

 

  • 5 Het schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het huidige, vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.

 

 

Artikel 18       Tuchtprocedure

 

  • 1 De directeur kan beslissen tot een tijdelijke of definitieve uitsluiting.

 

  • 2 De directeur volgt daarbij volgende procedure:

 

1° het voorafgaandelijke advies van de klassenraad moet worden ingewonnen. In geval van de intentie tot een definitieve uitsluiting moet de klassenraad uitgebreid worden met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft;

 

2° de intentie tot een tuchtmaatregel wordt na bijeenkomst van de klassenraad aangetekend aan de ouders bezorgd, binnen de drie schooldagen. De school verwijst in de kennisgeving naar de mogelijkheid tot inzage in het tuchtdossier, met inbegrip van het advies van de klassenraad, na afspraak.

De ouders hebben het recht om te worden gehoord, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon.

Dit gesprek moet uiterlijk vijf schooldagen na ontvangst van de kennisgeving plaatsvinden.

3°  De tuchtstraf moet in overeenstemming zijn met de ernst van de feiten.

 

4° De genomen beslissing van de directeur wordt schriftelijk gemotiveerd en binnen de drie schooldagen aangetekend  aan de ouders bezorgd. In dit aangetekend schrijven wordt de mogelijkheid vermeld tot het instellen van het beroep, alsook de bepalingen uit het schoolreglement die hier betrekking op hebben.

 

 

 

 

 

Artikel 19       Tuchtdossier

Een tuchtdossier van een leerling wordt opgesteld en bijgehouden door de directeur.

 

Het tuchtdossier omvat een opsomming van:

  • de gedragingen
  • de reeds genomen ordemaatregelen;
  • de gedragingen die niet overeenstemmen met het individueel begeleidingsplan;
  • de reacties van de ouders op eerder genomen maatregelen;
  • het gemotiveerd advies van de klassenraad;
  • het tucht-voorstel en de bewijsvoering ter zake.

Artikel 20       Beroepsprocedure tegen definitieve uitsluiting

  • 1 Ouders kunnen een beslissing tot definitieve uitsluiting betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen. De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur.

Dit beroep moet binnen de vijf schooldagen na kennisneming van de feiten aangetekend ingediend worden bij het schoolbestuur.

 

Het beroep:

  • wordt gedateerd en ondertekend
  • vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren.
  • kan aangevuld worden met overtuigingsstukken
  • 2 Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie , opgericht door het

schoolbestuur.

 

  • 3 De beroepscommissie bestaat uit een delegatie van 2 externe leden en een delegatie van 2 interne leden en wordt in functie van een concreet beroep samengesteld door het college van burgemeester en schepenen.

 

  • 4 De voorzitter wordt door het College van burgemeester en schepenen onder de externe leden aangeduid

 

Het schoolbestuur bepaalt de samenstelling van de beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen:

 

1° de samenstelling van de beroepscommissie kan per te behandelen dossier verschillen, maar kan binnen het te behandelen dossier niet wijzigen;

de samenstelling is als volgt:

  • “interne leden”, zijnde leden intern aan het schoolbestuur of intern aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, met uitzondering van de directeur die de beslissing heeft genomen;

Wordt verstaan onder lid van het schoolbestuur of de school en is dus een intern lid van de beroepscommissie in het gesubsidieerd gemeentelijk onderwijs:

  • een lid van de gemeenteraad
  • een lid van het college van burgemeester en schepenen
  • (in voorkomend geval) een lid van de raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf
  • (in voorkomend geval ) een lid van het directiecomité van het autonoom gemeentebedrijf
  • een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerd personeelslid aangesteld in de betrokken school :

◦in een ambt van het  bestuurspersoneel , het onderwijzend personeel    of het ondersteunend personeel

◦ ongeacht het volume of taakinvulling van de opdracht

◦ ongeacht effectieve prestaties worden geleverd of een vorm van dienstonderbreking / verlofstelsel, terbeschikkingstelling (TBS) of tijdelijk andere opdracht (TAO) loopt

  • een contractueel personeelslid van de betrokken school.

 

  • externe leden”, Elk lid van de beroepscommissie dat geen lid is van het betrokken schoolbestuur én geen lid is van de betrokken school is een extern lid van de beroepscommissie.

Personeelsleden van andere scholen van hetzelfde schoolbestuur (of een ander schoolbestuur) die niet aangesteld zijn in de betrokken school zijn externe leden.

 

In voorkomend geval en voor de toepassing van deze bepalingen:

  1. a) wordt een persoon die vanuit zijn hoedanigheden zowel een intern lid als een extern lid is, geacht een intern lid te zijn;
  2. b) wordt een lid van de ouderraad of, met uitzondering van het personeel, de schoolraad van de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, geacht een extern lid te zijn, tenzij de bepaling vermeld in punt a) van toepassing is;

 

De werking van de beroepscommissie

Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van een beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen:

1° elk lid van een beroepscommissie is in beginsel stemgerechtigd, met dien verstande dat bij stemming het aantal stemgerechtigde interne leden van de beroepscommissie en het aantal stemgerechtigde externe leden van de beroepscommissie gelijk moet zijn; bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;

2° elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;

3° een beroepscommissie hoort de ouders in kwestie;

4° een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer leden van de klassenraad die een advies over de definitieve uitsluiting heeft gegeven;

5° de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van de individuele personeelsleden van het onderwijs;

6° een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de decretale en reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement.

 

Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor deze beslissing van de beroepscommissie.

 

 

  • 5 Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:

1° de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:

  1. a) de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;
  2. b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;

2° de bevestiging van de definitieve uitsluiting,

 

3° de vernietiging van de definitieve uitsluiting.

 

 

  • 6 Het resultaat van het beroep wordt gemotiveerd en aangetekend aan de ouders bezorgd binnen de drie schooldagen na de beslissing van de beroepscommissie. Bij de kennisgeving van de beslissing moeten de beroepsmogelijkheden bij de Raad van State worden vermeld .

 

               Termijn en modaliteiten:

          

Het verzoekschrift moet het opschrift “verzoekschrift tot nietigverklaring” dragen. Het moet worden ondertekend door de verzoekende partij of door haar advocaat. Het moet zeker de volgende gegevens en uiteenzettingen bevatten:

  • de naam en het adres van elke verzoekende partij;
  • een uitdrukkelijk gekozen woonplaats, dit is een adres in België dat zal worden gebruikt voor alle briefwisseling over het beroep;
  • de beslissing waarvan de nietigverklaring wordt gevraagd;
  • de verwerende partij, dit is de overheid die deze beslissing heeft genomen;
  • een uiteenzetting van de feitelijke omstandigheden van de zaak;
  • een uiteenzetting van de ‘middelen’, waarin wordt uitgelegd welke rechtsregels er werden geschonden en op welke wijze.

Er moet een kopie van de bestreden beslissing worden bijgevoegd. Als de verzoekende partij een rechtspersoon is, moet er een kopie worden bijgevoegd van de gepubliceerde statuten en van de gecoördineerde geldende statuten. Als het verzoekschrift van een rechtspersoon niet door een advocaat wordt ingediend, moet ook de beslissing van het bevoegde orgaan van de rechtspersoon om het beroep in te dienen worden voorgelegd, evenals een kopie van de aanstelling van dat orgaan. De verplicht bij te voegen stukken, evenals alle andere stukken die ter staving van het beroep zouden worden bijgevoegd, moeten worden genummerd en worden opgenomen in een inventaris.

Het verzoekschrift wordt ofwel per post aangetekend verzonden naar de griffie van de Raad van State, Wetenschapsstraat 33 te 1040 Brussel, ofwel wordt het ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek “e-procedure” op deze website). Bij een verzending per post moeten er naast het origineel verzoekschrift steeds drie eensluidend verklaarde afschriften worden bezorgd, te vermeerderen met een afschrift voor iedere verwerende partij. De beroepen tot nietigverklaring moeten worden ingediend binnen een vrij korte termijn van zestig dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van de beslissing.

Als er verplichte vermeldingen of bij te voegen stukken of afschriften ontbreken zal de behandeling zeker vertraging oplopen, en bestaat bovendien het risico dat het beroep onontvankelijk zal moeten worden bevonden, en dus niet zal kunnen worden behandeld.

Per verzoekende partij moet er een recht van 200 euro worden betaald binnen een termijn van 30 dagen. Na de ontvangst van het verzoekschrift bezorgt de griffie daartoe een overschrijvingsformulier.

 

 

  • 7 Bij overschrijding van deze vervaltermijn is de omstreden definitieve uitsluiting van rechtswege nietig.

§ 8       Het beroep schort de uitvoering van de beslissing tot definitieve uitsluiting niet op.

Hoofdstuk 9 Getuigschrift basisonderwijs

Artikel 21       Het getuigschrift toekennen

Het schoolbestuur kan een getuigschrift basisonderwijs uitreiken, op voordracht en na beslissing van de klassenraad.

Aan leerlingen uit het buitengewoon lager onderwijs kan het getuigschrift basisonderwijs uitgereikt worden indien de leerdoelen van het gevolgde handelingsplan door de onderwijsinspectie als gelijkwaardig worden beschouwd met die van het gewoon lager onderwijs. De school dient voor 1 juni een aanvraag in bij de onderwijsinspectie om de leerdoelen van het gevolgde handelingsplan als gelijkwaardig te beoordelen met die van het gewoon lager onderwijs. Als dat zo is, dan kan het kind het getuigschrift basisonderwijs behalen.De inspectie laat dat voor 20 juni weten aan de school.

Na 20 juni beslist de klassenraad op grond van alle beschikbare informatie over de toekenning van het getuigschrift basisonderwijs.
Het getuigschrift wordt toegekend uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar, of na een beroepsprocedure.

 

Wanneer een getuigschrift verloren is gegaan, dan kan de school een attest uitreiken ter vervanging van het verloren getuigschrift. Het attest vermeldt de datum van de uitreiking van het getuigschrift.

 

De getuigschriften worden ondertekend door :

  • de voorzitter van de klassenraad
  • tenminste de helft van de leden van de klassenraad
  • de houd(st)er van het getuigschrift
  • het schoolbestuur

 

 

 

Artikel 22       Het getuigschrift niet toekennen

 

Als de klassenraad het getuigschrift niet toekent, motiveert hij zijn beslissing op basis van het leerlingendossier en deelt het schoolbestuur dit uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar aangetekend mee aan de ouders.

 

Iedere leerling die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, heeft recht op een schriftelijke motivering waarom het getuigschrift basisonderwijs niet werd toegekend met inbegrip van bijzondere aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan én een attest met de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs, afgeleverd door de directie in samenwerking met het CLB.

 

            Vanaf het schooljaar 2019-2020 is er een strikte koppeling tussen het getuigschrift         basisonderwijs en de toelatingsvoorwaarden eerste leerjaar gewoon secundair

onderwijs. Leerlingen met een getuigschrift basisonderwijs gaan naar het eerste

leerjaar A van het secundair onderwijs, leerlingen zonder getuigschrift basisonderwijs

gaan naar 1B of naar het Buitengewoon Secundair Onderwijs.

 

Ouders die niet akkoord gaan met deze beslissing, kunnen uiterlijk binnen de drie werkdagen een overleg vragen met de directeur. De bedoeling van dit overleg is om alsnog tot een overeenkomst te komen zonder dat de formele beroepsprocedure opgestart moet worden.

Dit overleg vindt plaats binnen de twee werkdagen na de aanvraag tot gesprek.

 

De school kan dit overleg niet weigeren en er moet een schriftelijke verslag van gemaakt worden.

In dit verslag wordt meteen opgenomen of de directeur de klassenraad al dan niet opnieuw samenroept.

De beslissing van de directeur (of zijn afgevaardigde) om de klassenraad niet samen

te laten komen of, in geval de klassenraad wel samenkomt, moet door de ouders

schriftelijk in ontvangst genomen worden.

 

Wanneer de ouders niet akkoord gaan met de beslissing (hetzij om de klassenraad

niet bijeen te roepen, hetzij om het getuigschrift niet toe te kennen), dan wijst de

school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep bij de beroepscommissie.

Indien de klassenraad bij zijn oorspronkelijke beslissing blijft, wordt zij opnieuw  gemotiveerd en door het schoolbestuur aangetekend meegedeeld aan de ouders, uiterlijk binnen de drie werkdagen .

 

.

Artikel 23       Beroepsprocedure

 

  • 1 Ouders kunnen het niet-toekennen van een getuigschrift door de klassenraad betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen, na voorgaande stappen. Dit beroep moet door de ouders aangetekend en binnen de vijf werkdagen ingediend worden bij het schoolbestuur.

 

 

Het beroep:

  • wordt gedateerd en ondertekend;
  • vermeldt ten minste de beschrijving van de feiten en een motivering van de ingeroepen bezwaren;
  • kan aangevuld worden met overtuigingsstukken;
  • 2 Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie, opgericht door het

schoolbestuur.

 

Het schoolbestuur richt de beroepscommissie op en bepaalt ook de samenstelling.

Het schoolbestuur moet zich daarbij wel aan een aantal bepalingen houden :

 

  1. De samenstelling van een beroepscommissie kan per te behandelen dossier verschillen. Binnen de behandeling van één dossier kan de samenstelling niet wijzigen.

 

  1. Er moeten zowel interne als externe leden in de beroepscommissie zetelen :
  • interne leden = leden van de klassenraad die beslist hebben het getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen. De directeur of zijn afgevaardigde zetelen als intern lid zetelen in elk geval in de beroepscommissie. Een lid van het schoolbestuur wordt ook als intern lid beschouwt en kan (moet niet) in de beroepscommissie zetelen.
  • externe leden = personen die niet behoren tot het schoolbestuur en ook niet behoren tot de school die het getuigschrift basisonderwijs niet uitgereikt heeft.

 

Opgelet :

Wie vanuit zijn hoedanigheid zowel als intern als extern lid beschouwd kan beschouwd worden, wordt geacht een intern lid te zijn.

Leden van de ouderraad en leden van de schoolraad worden geacht een extern lid te zijn.

 

  1. Het schoolbestuur duidt de voorzitter aan onder de externe leden.

 

  1. Het schoolbestuur bepaalt de werking en de stemprocedure van de beroepscommissie. Volgende bepalingen worden in acht genomen :
  1. Alle leden van de beroepscommissie hebben discretieplicht
  2. Alle leden van de beroepscommissie zijn stemgerechtigd
  3. Bij stemming moet het aantal stemgerechtigde interne leden en het aantal stemgerechtigde externe leden gelijk zijn.
  4. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend
  5. De beroepscommissie hoort de ouders.
  6. De beroepscommissie kan één of meer leden van de klassenraad horen.
  7. De beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen.
  8. De beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing in overeenstemming is met de regelgeving en met het schoolreglement.
  9. De werking van de beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van individuele personeelsleden van het onderwijs.

 

  • 3 De beroepscommissie komt bijeen uiterlijk tien werkdagen na het ontvangen van het

beroep.

De beroepsprocedure wordt voor de duur van zes weken opgeschort met ingang van

11 juli.

 

  • 4 Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:

1° de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:

  1. a) de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;
  2. b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;

2° de bevestiging van het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs;

3° de toekenning van het getuigschrift basisonderwijs.

 

Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor de beslissing van de beroepscommissie.

 

  • 5 Het resultaat van het beroep wordt gemotiveerd en aangetekend aan de ouders bezorgd,

gebracht, uiterlijk op 15 september daaropvolgend, met vermelding van de verdere

beroepsmogelijkheid bij de Raad van State (termijn en modaliteiten-zie artikel 20-§6)

 

 

  • 6 De ouders kunnen zich gedurende de procedure laten bijstaan door een raadsman.
    Dit kan geen personeelslid van de school zijn.

Artikel 24

Iedere leerling die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, heeft recht op een schriftelijke motivering met inbegrip van bijzondere aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan en een verklaring met de vermelding van het aantal en de gevolgde schooljaren lager onderwijs, afgeleverd door de directie. (staat ook al hierboven genoteerd bij artikel 22)

Artikel 25

Het meegeven van het getuigschrift en rapport kan om geen enkele reden worden ingehouden, ook niet bij verzuim door de ouders van hun financiële verplichtingen.

Hoofdstuk 10 Godsdienstkeuze

Artikel 26

Als officiële school bieden wij de keuze tussen les in één der erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer. Bij religieuze of morele bezwaren tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer kan u een vrijstelling bekomen op aanvraag.

Wijziging van keuze:

De betrokken personen kunnen de keuze wijzigen.

Wie van deze mogelijkheid gebruik wenst te maken, vraagt in de school een nieuw keuzeformulier aan. U bezorgt dit formulier uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar aan de directeur.

De nieuwe keuze geldt vanaf de 1ste schooldag van het volgende schooljaar.

Gebrek aan leerkracht:

De keuze die gemaakt, is blijft behouden.

Als de betrokken personen dat vragen, kan de leerling tijdelijk opgevangen worden in een andere LBV of tijdelijk vrijgesteld zijn. Met dien verstande dat de leerkracht LBV, bij wie de tijdelijke opvang gebeurt, het eigen leerplan verder kan afwerken.

Hoofdstuk 11 Onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs

Artikel 27

 

  • 1 Het onderwijs aan huis (TOAH: tijdelijk onderwijs aan huis) en synchroon internetonderwijs (Bednet) is kosteloos.

 

  • 2 Alle leerlingen van het basisonderwijs (kleuter- en lager onderwijs) die wegens ziekte langdurig of korte opeenvolgende periodes niet op school aanwezig kunnen zijn, hebben onder bepaalde voorwaarden recht op wekelijks 4 lestijden onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beide.

 

  • 3 Voor tijdelijk onderwijs aan huis dienen volgende voorwaarden gelijktijdig te zijn vervuld:
  1. de leerling is meer dan 21 opeenvolgende kalenderdagen afwezig, vakantieperiodes meegerekend , wegens ziekte of ongeval, of de leerling is chronisch ziek en is negen halve dagen afwezig;
  2. De ouders (of de personen die de minderjarige in rechte of in feite onder hun bewaring hebben) dienen een schriftelijke aanvraag in bij de directeur van de school.
  3. de afstand tussen de school en de verblijfplaats van de betrokken leerling bedraagt ten hoogste 20 kilometer.
  4. Bij een chronische ziekte kan het tijdelijk onderwijs aan huis ook gedeeltelijk op school georganiseerd worden. Dit is mogelijk na een akkoord tussen de ouders en de school en vindt plaats buiten de normale schooluren en niet tijdens de middagpauze.

 

  • 4 De aanvraag voor tijdelijk onderwijs aan huis , gebeurt door de ouders, per brief of via een specifiek aanvraagformulier.

Bij die aanvraag gaat een medisch attest waarop de arts attesteert dat de leerling niet of minder dan halftijds naar school kan gaan (bij langdurige afwezigheid wegens ziekte of ongeval) of waarop de arts-specialist attesteert dat de leerling lijdt aan een chronische ziekte, maar wel onderwijs mag krijgen,

 

De aanvraag van de ouders en de medische vaststelling van de chronische ziekte door de arts-specialist moet niet bij elke afwezigheid of bij elke periode van 9 halve dagen afwezigheid opnieuw gebeuren, maar blijft geldig gedurende de volledige periode van de inschrijving van de leerling op de school.

 

  • 5 De school zal de ouders individueel op de hoogte brengen van het bestaan en de mogelijkheden van het TOAH, van zodra duidelijk is dat de leerling in aanmerking zal komen voor het TOAH.

Kleuters zijn nog niet leerplichtig, dit neemt niet weg dat ook de ouders van deze doelgroep geïnformeerd worden over TOAH.

Indien aan al deze voorwaarden is voldaan, zal de school de dag na het ontvangen van de aanvraag en vanaf de 22ste kalenderdag afwezigheid en voor de verdere duur van de afwezigheid van het kind, voor vier lestijden per week onderwijs aan huis verstrekken.

Bij chronisch zieke kinderen is onderwijs aan huis, mogelijk telkens het kind negen halve dagen (hoeven niet aan te sluiten) afwezig was.

 

  • 6 Bij verlenging van de afwezigheid moeten de ouders opnieuw een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, indienen bij de directeur.

Bij chronisch zieke leerlingen hoeft er niet telkens opnieuw een medisch attest voorgelegd worden en volstaat een schriftelijke aanvraag van de ouders.

 

  • 7 Kinderen die na een periode van onderwijs aan huis, de school hervatten, maar binnen een termijn van 3 maanden opnieuw afwezig zijn wegens ziekte, hebben onmiddellijk recht op onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beide. Wel moet het onderwijs aan huis opnieuw worden aangevraagd .

 

  • 8 De concrete organisatie wordt bepaald na overleg met de directeur.
  • 9 De centrale organisator voor synchroon internetonderwijs is vzw Bednet. Bednet bepaalt autonoom welke leerlingen in aanmerking komen voor synchroon internetonderwijs op basis van een aantal criteria, waaronder de ondersteuningsbehoefte van de leerling en het positief engagement van de leerling, de ouders, de school en het CLB.
  • 10 Bij een langdurige afwezigheid wordt een minimale afwezigheid van 4 weken vooropgesteld vooraleer de leerling recht heeft op synchroon internetonderwijs.
  • 11 Bij een frequente afwezigheid wordt een minimale geplande afwezigheid van 36 halve dagen op jaarbasis vooropgesteld vooraleer een leerling recht heeft op synchroon internetonderwijs.
  • 12 Synchroon internetonderwijs kan door alle betrokkenen bij de begeleiding van de leerling aangevraagd worden via de webstek van vzw Bednet:

Hoofdstuk 12 Schoolverandering

Artikel 28

Een leerling in het buitengewoon onderwijs kan na het schooljaar van school veranderen.

Tijdens het schooljaar zijn veranderingen van school die gepaard gaan met een attestwijziging beperkt.

Als principe geldt dat er geen attest wijzigingen mogelijk zijn in de loop van het schooljaar.

Uitzonderingen:

  • Bij verhuis van woonplaats van de leerling en nood aan een meer passend onderwijsaanbod waarvoor het type moet gewijzigd worden
  • Bij een schoolverandering op initiatief van de ouders, waarbij een overschakeling naar het type basisaanbod of type 9 nodig is
  • Na een verblijf in een residentiële setting om medische of psychiatrische redenen of door een plaatsing waarbij een wijziging van type of opleidingsvorm nodig is
  • Bij noodzaak aan een opname in een residentiële setting of door plaatsing waarbij een wijziging van type, opleidingsvorm of onderwijsniveau noodzakelijk is
  • Bij de overgang van een leerling met een verlengd verblijf in het buitengewoon basisonderwijs naar een school voor buitengewoon secundair onderwijs die bij de start van het schooljaar volzet was, maar waar intussen een plaats is vrijgekomen

Als een kind weggaat uit een school voor buitengewoon onderwijs, dan moet de school:

  • Het originele verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs Dat hebt u nodig om uw kind in de nieuwe school voor buitengewoon onderwijs in te schrijven.
  • Een kopie van het verslag aan de directie van de nieuwe school bezorgen, om die snel te informeren.

Als een kind overstapt naar een ander type buitengewoon onderwijs of  – in het secundair onderwijs – naar een andere opleidingsvorm, heeft u een gewijzigd verslag nodig. Bezorg dat bij de inschrijving aan de ‘nieuwe’ school.

Hoofdstuk 13 Schoolraad, ouderraad en leerlingenraad

Artikel 29

 

De schoolraad wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de volgende geledingen:

1° de ouders;

2° het personeel;

3° de lokale gemeenschap

 

De schoolraad heeft overlegbevoegdheid over een groot aantal onderwijsaangelegenheden.

De schoolraad wordt om de vier jaar opnieuw samengesteld  en vergadert minimaal driemaal per jaar in de school.

Uit de schoolraden van de scholengemeenschap kiest men een afvaardiging voor het medezeggenschapscollege, dat de schoolraad op het niveau van de scholengemeenschap is.

De directeur zetelt ambtshalve met raadgevende stem in de schoolraad.

De voorzitter bepaalt de agendapunten. De leden kunnen uiterlijk 10 kalenderdagen voor de vergadering een schriftelijke vraag stellen om een onderwerp aan de agenda toe te voegen.

De samenstelling van de schoolraad vind je in bijlage.

 

 

Artikel 30 

 

Er wordt een ouderraad opgericht, wanneer ten minste tien procent van de ouders erom vraagt. Het moet gaan over ten minste twee ouders.

De leden van de ouderraad worden aangeduid door leden van de pedagogische raad.

 

 

Artikel 31

 

De school richt een leerlingenraad op als ten minste 10% van de leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar er om vragen.

 

Hoofdstuk 14 Leerlingengegevens, privacy en gegevensbescherming

Artikel 32 

Gegevensbescherming en informatieveiligheid

Deze tekst is het gevolg van nieuwe Europese regelgeving inzake gegevensbescherming die de Belgische privacywet zal vervangen. Schoolbestuur en school moeten hier volledig mee in orde zijn tegen 25 mei 2018.

De school verwerkt persoonsgegevens van leerlingen en ouders in het kader van haar opdracht. Het schoolbestuur is de eindverantwoordelijke voor deze verwerking en de veiligheid ervan.

Het schoolbestuur en de school leven de verplichtingen na die voortvloeien uit de regelgeving inzake privacy en gegevensbescherming en gaan zorgvuldig om met deze persoonsgegevens.

Het schoolbestuur zorgt voor een afdoend niveau van gegevensbescherming en informatieveiligheid. Het beschikt hiervoor over een informatieveiligheidsconsulent. De school heeft een aanspreekpunt dat in contact staat met de informatieveiligheidsconsulent en betrokken wordt in het informatieveiligheidsbeleid van het schoolbestuur (wat onderwijs betreft).

De school zal enkel gegevens verwerken met de toestemming van de ouders, tenzij er een andere wettelijke grondslag is voor de verwerking. Deze toestemming moet vrij, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig zijn.
Over het gebruik van social media in de klas worden afspraken gemaakt.

De school is transparant over de verwerking van persoonsgegevens en verstrekt de nodige informatie, al dan niet in detail, met inbegrip van de afspraken die gemaakt zijn met derden en bewerkers die persoonsgegevens ontvangen.

Verder hanteert de school een strikt beleid inzake toegangsrechten en paswoorden en reageert ze adequaat op datalekken.

De meer concrete regels voor de gegevensverwerking en – bescherming worden vastgelegd in een privacyverklaring die tot doel heeft:

  • de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen te beschermen tegen verkeerd en onbedoeld gebruik van de persoonsgegevens;
  • vast te stellen welke persoonsgegevens worden verwerkt en met welk doel dit gebeurt;
  • de zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens te waarborgen;
  • de rechten van betrokkene te waarborgen.

De meest recente versie van deze privacyverklaring is te raadplegen via de website van het schoolbestuur.

Zie model privacyverklaring van OVSG op extranet

Personeelsleden van de school waar de leerling met een verslag of een gemotiveerd verslag ingeschreven is of de lessen volgt, hebben recht op inzage van het verslag of het gemotiveerde verslag uit het multidisciplinaire dossier van de leerling.

Dat recht op inzage geldt ook voor de personeelsleden van de school voor buitengewoon onderwijs die in het kader van het ondersteuningsmodel instaan voor de begeleiding van de leerling met een verslag of een gemotiveerd verslag. Bij elke inzage wordt de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens toegepast.

 

 

Artikel 33

 

Meedelen van leerlingengegevens aan ouders

 

Ouders hebben recht op inzage en recht op toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, waaronder de evaluatiegegevens, die worden verzameld door de school.

Indien na de toelichting blijkt dat de ouders een kopie willen van de leerlingengegevens, hebben ze kopierecht.

Iedere kopie dient persoonlijk en vertrouwelijk behandeld te worden, mag niet verspreid worden noch publiek worden gemaakt en mag enkel gebruikt worden in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling.

 

Ouders kunnen zich daarnaast beroepen op de wetgeving op openbaarheid van bestuur die voorziet in een recht op inzage, toelichting en/of kopie. Hiertoe richten ze een vraag tot college van burgemeester en schepenen dat bekijkt of toegang kan worden verleend.

Als een volledige inzage in de leerlingengegevens een inbreuk is op de privacy van een derde, dan wordt de toegang tot deze gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.

 

Artikel 34

Meedelen van leerlingengegevens aan derden

De school zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling of in het kader van een overeenkomst die de school afsluit met een verwerker voor leerplatformen, leerlingenvolgsystemen, leerlingenadministratie e.d.m.

Een gemeenteraadslid kan in het kader van zijn controlerecht inzage krijgen in gegevens van leerlingen op voorwaarde dat deze gegevens noodzakelijk zijn om het controlerecht effectief uit te kunnen oefenen (aftoetsen van finaliteit, proportionaliteit, transparantie en veiligheid).

Ook in het kader van het lidmaatschap bij de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG) en de daaruit voortvloeiende dienstverlening kunnen er leerlingengegevens worden meegedeeld.

 

Bij verandering van school door een leerling worden tussen de betrokken scholen leerlingengegevens overgedragen naar de nieuwe school op voorwaarde dat:

 

1° de gegevens enkel betrekking hebben op de leerling specifieke onderwijsloopbaan;

2° de overdracht gebeurt in het belang van de leerling;

3° ouders zich niet expliciet verzet hebben, tenzij de regelgeving de overdracht verplicht stelt.

De school nodigt ouders hiertoe uit op een overleg waarop de gegevens worden ingekeken en waarop samen overeengekomen wordt welke gegevens worden overgedragen.

 

Een kopie van een verslag of een gemotiveerd verslag van een CLB  moet verplicht overgedragen worden van de oude school naar de nieuwe school. Ouders kunnen zich tegen deze overdrachten niet verzetten.

Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door de leerling mogen nooit aan de nieuwe school doorgegeven worden.

 

Artikel 35

 

Geluids- en beeldmateriaal gemaakt door de school.

De school kan geluids- en beeldmateriaal van leerlingen maken en publiceren.

Aan de leerlingen/ouders wordt schriftelijk de toestemming gevraagd voor het maken en publiceren van geluids-en beeldmateriaal.

Hieronder verstaan we :

  • website van de school en/of gemeente
  • digitale nieuwsbrief
  • schoolbrochure
  • publicaties die door de school en/of gemeente worden uitgegeven
  • sociale media-accounts van de school
  • apps met educatief doel

Artikel 32 

Gegevensbescherming en informatieveiligheid

Deze tekst is het gevolg van nieuwe Europese regelgeving inzake gegevensbescherming die de Belgische privacywet zal vervangen. Schoolbestuur en school moeten hier volledig mee in orde zijn tegen 25 mei 2018.

De school verwerkt persoonsgegevens van leerlingen en ouders in het kader van haar opdracht. Het schoolbestuur is de eindverantwoordelijke voor deze verwerking en de veiligheid ervan.

Het schoolbestuur en de school leven de verplichtingen na die voortvloeien uit de regelgeving inzake privacy en gegevensbescherming en gaan zorgvuldig om met deze persoonsgegevens.

Het schoolbestuur zorgt voor een afdoend niveau van gegevensbescherming en informatieveiligheid. Het beschikt hiervoor over een informatieveiligheidsconsulent. De school heeft een aanspreekpunt dat in contact staat met de informatieveiligheidsconsulent en betrokken wordt in het informatieveiligheidsbeleid van het schoolbestuur (wat onderwijs betreft).

De school zal enkel gegevens verwerken met de toestemming van de ouders, tenzij er een andere wettelijke grondslag is voor de verwerking. Deze toestemming moet vrij, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig zijn.
Over het gebruik van social media in de klas worden afspraken gemaakt.

De school is transparant over de verwerking van persoonsgegevens en verstrekt de nodige informatie, al dan niet in detail, met inbegrip van de afspraken die gemaakt zijn met derden en bewerkers die persoonsgegevens ontvangen.

Verder hanteert de school een strikt beleid inzake toegangsrechten en paswoorden en reageert ze adequaat op datalekken.

De meer concrete regels voor de gegevensverwerking en – bescherming worden vastgelegd in een privacyverklaring die tot doel heeft:

  • de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen te beschermen tegen verkeerd en onbedoeld gebruik van de persoonsgegevens;
  • vast te stellen welke persoonsgegevens worden verwerkt en met welk doel dit gebeurt;
  • de zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens te waarborgen;
  • de rechten van betrokkene te waarborgen.

De meest recente versie van deze privacyverklaring is te raadplegen via de website van het schoolbestuur.

Zie model privacyverklaring van OVSG op extranet

Personeelsleden van de school waar de leerling met een verslag of een gemotiveerd verslag ingeschreven is of de lessen volgt, hebben recht op inzage van het verslag of het gemotiveerde verslag uit het multidisciplinaire dossier van de leerling.

Dat recht op inzage geldt ook voor de personeelsleden van de school voor buitengewoon onderwijs die in het kader van het ondersteuningsmodel instaan voor de begeleiding van de leerling met een verslag of een gemotiveerd verslag. Bij elke inzage wordt de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens toegepast.

 

 

Artikel 33

 

Meedelen van leerlingengegevens aan ouders

 

Ouders hebben recht op inzage en recht op toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, waaronder de evaluatiegegevens, die worden verzameld door de school.

Indien na de toelichting blijkt dat de ouders een kopie willen van de leerlingengegevens, hebben ze kopierecht.

Iedere kopie dient persoonlijk en vertrouwelijk behandeld te worden, mag niet verspreid worden noch publiek worden gemaakt en mag enkel gebruikt worden in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling.

 

Ouders kunnen zich daarnaast beroepen op de wetgeving op openbaarheid van bestuur die voorziet in een recht op inzage, toelichting en/of kopie. Hiertoe richten ze een vraag tot college van burgemeester en schepenen dat bekijkt of toegang kan worden verleend.

Als een volledige inzage in de leerlingengegevens een inbreuk is op de privacy van een derde, dan wordt de toegang tot deze gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.

 

Artikel 34

Meedelen van leerlingengegevens aan derden

De school zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling of in het kader van een overeenkomst die de school afsluit met een verwerker voor leerplatformen, leerlingenvolgsystemen, leerlingenadministratie e.d.m.

Een gemeenteraadslid kan in het kader van zijn controlerecht inzage krijgen in gegevens van leerlingen op voorwaarde dat deze gegevens noodzakelijk zijn om het controlerecht effectief uit te kunnen oefenen (aftoetsen van finaliteit, proportionaliteit, transparantie en veiligheid).

Ook in het kader van het lidmaatschap bij de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG) en de daaruit voortvloeiende dienstverlening kunnen er leerlingengegevens worden meegedeeld.

 

Bij verandering van school door een leerling worden tussen de betrokken scholen leerlingengegevens overgedragen naar de nieuwe school op voorwaarde dat:

 

1° de gegevens enkel betrekking hebben op de leerling specifieke onderwijsloopbaan;

2° de overdracht gebeurt in het belang van de leerling;

3° ouders zich niet expliciet verzet hebben, tenzij de regelgeving de overdracht verplicht stelt.

De school nodigt ouders hiertoe uit op een overleg waarop de gegevens worden ingekeken en waarop samen overeengekomen wordt welke gegevens worden overgedragen.

 

Een kopie van een verslag of een gemotiveerd verslag van een CLB  moet verplicht overgedragen worden van de oude school naar de nieuwe school. Ouders kunnen zich tegen deze overdrachten niet verzetten.

Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door de leerling mogen nooit aan de nieuwe school doorgegeven worden.

 

Artikel 35

 

Geluids- en beeldmateriaal gemaakt door de school.

De school kan geluids- en beeldmateriaal van leerlingen maken en publiceren.

Aan de leerlingen/ouders wordt schriftelijk de toestemming gevraagd voor het maken en publiceren van geluids-en beeldmateriaal.

Hieronder verstaan we :

  • website van de school en/of gemeente
  • digitale nieuwsbrief
  • schoolbrochure
  • publicaties die door de school en/of gemeente worden uitgegeven
  • sociale media-accounts van de school
  • apps met educatief doel

Hoofdstuk 15 Smartphone, tablet, laptop, trackers of andere gelijkaardige toestellen, internet en sociale media

Artikel 36      

Alleen buiten de schoolgebouwen mogen smartphone, tablet, laptop, trackers of enige andere gelijkaardige toestellen gebruikt worden. Als ouders of leerlingen elkaar dringend nodig hebben tijdens de schooldag, kunnen ze terecht op het secretariaat van de school.

 

Artikel 37

Elke leerling die een toestel meebrengt, is verplicht dit aan de klasleerkracht te melden en volgens klasafspraak te bewaren.

De school is niet verantwoordelijk voor verlies, diefstal en/of schade aan het toestel.

 

 

Artikel 38

Elke leerling zorgt ervoor dat de privacy-instellingen van zijn toestel zo afgesteld zijn dat ze de privacy van anderen niet kunnen schenden.

Artikel 39

Het is niet toegestaan om beeld- of geluidsopnamen te maken op het domein van de school zonder toestemming van de school. Overeenkomstig de privacywetgeving mogen er geen beeld- of geluidsopnamen van medeleerlingen, personeelsleden of andere personen gemaakt worden of verspreid zonder hun uitdrukkelijke toestemming.

Artikel 40

Onder sociale media worden websites zoals Facebook, Instagram, Twitter, TIKTOK, enz. verstaan. Er worden geen films, geluidsfragmenten, foto’s enz. op sociale websites geplaatst die betrekking hebben op de school zonder dat daar uitdrukkelijk toestemming voor wordt gegeven door de school. Dit geldt voor de leerlingen, ouders en grootouders en alle personen die onder hetzelfde dak wonen als de leerling.

Op de Facebookpagina worden enkel foto’s of filmpjes geplaatst van leerlingen die toestemming hiervoor geven. Andere leerlingen worden onherkenbaar gemaakt.

Artikel 41

Bij communicatie via sociale media worden de normale fatsoensnormen in acht genomen. Cyberpesten is verboden.

Artikel 42

Het downloaden, installeren en verdelen van illegale software op school is verboden.

Artikel 43

Het internet van de school mag alleen gebruikt worden voor schoolse aangelegenheden.

Hoofdstuk 16 Absoluut en permanent algemeen rook- en alcoholverbod

Artikel 44

Er is een absoluut en permanent verbod op het roken van tabak of van soortgelijke producten (onder andere de shisha pen, de e-sigaret of heatsticks,…) en het gebruik van alcohol.

Dit verbod geldt binnen de volledige instelling, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen, sportterreinen en andere open ruimten.

Er is eveneens een absoluut en permanent verbod op het roken van tabak of van soortgelijke producten en op het gebruik van alcohol tijdens extramuros-activiteiten.

 

Bij overtreding van deze bepaling

  • zal de leerling gesanctioneerd worden volgens het orde- en tuchtreglement opgenomen in dit schoolreglement;
  • zullen ouders en/of bezoekers verzocht worden te stoppen met roken of het schooldomein te verlaten.

 

Hoofdstuk 17 Leerlingenbegeleiding (CLB)

Artikel 45

 

Contactgegevens

 

Het schoolbestuur heeft beleidsplan/beleidscontract afgesloten met het

VRIJ CLB NOORDWEST-BRABANT, Nieuwstraat 120, 1730 Asse 02/452.79.95

 

Contactpersoon : Mevr. .LAURE DRIEGHE .

 

De CLB-contactpersoon is tijdens de schooluren op bovenvermeld telefoonnummer.

 

Het CLB heeft de opdracht leerlingen te begeleiden in hun functioneren op school en in de maatschappij. Hiervoor biedt het kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding aan.

Kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding bevordert de totale ontwikkeling, verhoogt het welbevinden, voorkomt vroegtijdig schoolverlaten en creëert meer gelijke onderwijskansen. Op die manier draagt het bij tot het functioneren van de leerling in de schoolse én maatschappelijke context

 

Het CLB  werkt:

●            onafhankelijk en stelt het belang van de leerling centraal;

●            kosteloos voor de leerling, de ouders en de school;

●            multidisciplinair;

●            binnen de regels van het beroepsgeheim

●            met respect voor het pedagogisch project van de school;

 

Artikel 46

 

Leerlingenbegeleiding

 

Het CLB werkt vraaggestuurd vanuit de leerlingen, de ouders en de scholen, behalve voor de verplichte begeleiding.

 

       Vraaggestuurde begeleiding :

 

●        Leren en Studeren

●        Schoolloopbaanbegeleiding : vragen over schoolloopbaan zoals de overgang naar het secundair, veranderen van school, overstap naar buitengewoon onderwijs,…

●        Het psychisch en sociaal functioneren : bv. gedragsproblemen, psychische problemen, sociale problemen,….

●        Preventieve gezondheidszorg : vragen over gezonde voeding, seksualiteit,…

 

Het CLB  zet de individuele leerlingenbegeleiding alleen verder als de betrokken bekwame leerling daarmee akkoord gaat of de ouders van de niet bekwame leerling daarmee akkoord gaan.

 

Verplichte leerlingenbegeleiding :

 

●        De controle op de leerplicht:

●        De signaalfunctie en de consultatieve leerlingenbegeleiding door het CLB:

– als het CLB noden vaststelt bij de leerling of een probleem of onregelmatigheid vaststelt in het beleid op leerlingenbegeleiding, dan brengt het CLB de school hiervan op de hoogte

-het CLB  biedt ondersteuning  aan de school bij problemen van individuele    leerlingen of groepen van leerlingen

●        De preventieve gezondheidszorg: op bepaalde tijdstippen in de  schoolcarrière wordt de kleuter/leerling onderzocht via medische consulten. Ook wordt het CLB gecontacteerd door de school als er sprake is van een besmettelijke ziekte.

 

               Preventieve gezondheidszorg

Preventieve gezondheidszorg heeft tot doel de gezondheid, groei en ontwikkeling van leerlingen te bevorderen en te beschermen, het groei- en ontwikkelingsproces op te volgen en tijdig risicofactoren, signalen, symptomen van gezondheids- en ontwikkelproblemen te detecteren.

Preventieve gezondheidszorg omvat:

1.Systematische contacten

Overzicht van contactmomenten :

  • 3 jaar
  • 6 jaar
  • 9 jaar
  • 11 jaar

Het consult gebeurt door de dokter en de verpleegster van het CLB.

Contact: 02/452.79.95

 

2.Aanbieden van vaccinaties

Het CLB houdt toezicht op de vaccinaties van de leerlingen en biedt vaccinaties aan die in het vaccinatieschema zijn opgenomen. Ouders en leerlingen worden hierover geïnformeerd en geven hiervoor hun toestemming.

 

3.Het nemen van profylactische maatregelen waar nodig

De huisarts, de ouders of de directeur hebben de plicht om de CLB-arts te verwittigen bij besmettelijke infectieziekten.

Het CLB treft de nodige profylactische maatregelen.

De maatregelen zijn bindend voor leerlingen, ouders en personeel.

 

Ter info:  de lijst van verplicht te melden infectieziekten zoals bepaald in het Ministerieel besluit tot bepaling van de lijst van infecties die gemeld moeten worden

  • Artikel 1. Ter uitvoering van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009 betreffende initiatieven om uitbreiding van schadelijke effecten, die veroorzaakt zijn door biotische factoren, tegen te gaan, moeten volgende infecties gemeld worden :
  • 1° anthrax
  • 2° botulisme
  • 3° brucellose
  • 4° salmonella typhi of salmonella paratyphi-infectie;
  • 5° cholera
  • 6° chikungunya
  • 7° dengue
  • 8° difterie
  • 9° enterohemorragische e. coli-infectie
  • 10° gastro-enteritis, bij epidemische verheffing in een collectiviteit
  • 11° gele koorts
  • 12° gonorroe
  • 13° haemophilus influenzae type B invasieve infecties
  • 14° hepatitis A
  • 15° hepatitis B (acuut)
  • 16° humane infectie met aviaire (of een nieuw subtype) influenza
  • 17° legionellose
  • 18° malaria waarbij vermoed wordt dat de besmetting heeft plaatsgevonden op het Belgisch     grondgebied, inclusief (lucht)havens
  • 19° mazelen
  • 20° meningokokken invasieve infecties
  • 21° pertussis
  • 22° pest
  • 23° pokken
  • 24° poliomyelitis
  • 25° psittacose
  • 26° Q-koorts
  • 27° rabiës
  • 28° SARS (Severe Acute Respiratory Syndrome)
  • 29° syfilis
  • 30° tuberculose
  • 31° tularemie
  • 32° virale hemorragische koorts
  • 33° vlektyfus (rickettsia prowazekii of rickettsia typhi-infectie)
  • 34° voedselinfecties (vanaf twee gevallen)
  • 35° West Nilevirusinfectie
  • 36°  Corona

Overdracht van het dossier

Van iedere leerling wordt een multidisciplinair dossier aangelegd bij het begeleidend CLB.
Dit dossier bevat alle voorhanden zijnde relevante persoonlijke gegevens van de leerling.

Hoofdstuk 18 Leerlingenvervoer / Busreglement

Artikel 47

Ouders respecteren zelf de leefregels die voor de kinderen gelden en  stimuleren hun kind om de leefregels van de schoolbus na te leven.

 

Deze leefregels zijn vanaf september 2020 terug te vinden in de infobrochure en op onze website.

 

Zonaal collectief leerlingenvervoer is georganiseerd busvervoer, onder de bevoegdheid van het Departement Onderwijs en Vorming en De Lijn.

Een bus pikt rechthebbende leerlingen op aan een vaste opstapplaats (= woonplaats, verblijfplaats, opvangadres, halte van De Lijn …) en brengt ze naar de school of vestigingsplaats, en omgekeerd.

De leerling heeft pas recht op zonaal collectief busvervoer als het de lessen volgt in de dichtstbijzijnde school, gerekend vanaf de opstapplaats. Het gaat om de meest nabije school uit het onderwijsnet waar de ouder voor kiest.

De school moet het onderwijs aanbieden waar het verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs van de leerling naar verwijst (type 9 en type basisaanbod).

 

Artikel 48

Bij het niet naleven van het busreglement of slecht gedrag van de leerling kan door de directie het gebruik van de bus tijdelijk of definitief ontzegd worden.

Procedure :

  • De begeleider dient een klachten-briefje in bij de directie.
  • Bij een 2de klacht geeft de directeur een sanctie. Hij/zij geeft de leerling en straf en volgt ze op.
  • Bij een 3de klacht worden de ouders schriftelijk verwittigd.
  • Na een 5de klacht krijgt de leerling gedurende 1 week geen toegang meer tot de bus. De ouders worden schriftelijk verwittigd.
  • Na een 6de klacht duurt de schorsing 1 maand. De ouders worden schriftelijk verwittigd.
  • Na een 7de klacht duurt de schorsing tot het einde van het schooljaar. De ouders worden schriftelijk verwittigd.

Klachten in verband met het busvervoer doet men schriftelijk of via mail aan de directeur.

Hoofdstuk 19 SCHOOLVERZEKERING

Artikel 49

De leerlingen zijn verzekerd voor lichamelijke schade tijdens schoolactiviteiten en activiteiten in schoolverband, de weg van en naar school.

Onze school is verzekerd via AXA.

De verzekering AXA betaalt de opleg die niet wordt betaald door het ziekenfonds.

Indien er doktershulp noodzakelijk is, worden eerst de ouders gecontacteerd (thuis of op het werk). Deel daarom elke wijziging van adres of telefoonnummer onmiddellijk mee aan het secretariaat. Er wordt een ongevalsaangifte ingevuld door de ouders (het geneeskundig getuigschrift wordt ingevuld door de behandelende arts) en terugbezorgd aan het secretariaat. Het secretariaat zorgt voor de aangifte van het ongeval.

LET OP: materiële schade vallen niet onder de schoolverzekering. Hiervoor moet u een beroep doen op de familiale verzekering.  De school is niet verzekerd voor diefstal van persoonlijke bezittingen.

Artikel 50

– Vrijwilligers die in opdracht van de school meewerken aan schoolactiviteiten/uitstappen, genieten automatisch de dekking van burgerlijke aansprakelijkheid en arbeidsongevallenpolis van de gemeente Opwijk.

– Vrijwilligers die met hun wagen leerlingen vervoeren ter gelegenheid van schoolactiviteiten/uitstappen dienen zelf in te staan voor de verzekering van de eventuele schade die derden of zij zelf zouden kunnen lijden ten gevolge van een schadegeval tijdens of in verband met dit vervoer. Vrijwilligers die leerlingen vervoeren ter gelegenheid van schoolactiviteiten/uitstappen dienen in elk geval:  te beschikken over een geldig rijbewijs; – te beschikken over een geldige autoverzekering; ~ 41 ~ 41 – niet meer personen in het voertuig te laten plaatsnemen dan het aantal waarvoor het voertuig geschikt en verzekerd is; – er op toe te zien dat de kinderen de autogordel dragen en over een zitplaats beschikken die voldoet aan de wettelijke normen ; – alle andere van toepassing zijnde (verkeers)wetgeving na te leven.