Het belangrijkste bij het gebruik van internet is: 

neem geen risico’s en bescherm jezelf en de anderen. 

Deze vuistregels kunnen je helpen om voorzichtig te blijven.

  • Ik laat het iemand weten!
    Ik vertel mijn ouders of leerkracht altijd wat ik doe als ik surf of chat.
  • Zeg neen!
    Ik kan altijd weigeren om iets te doen wat ik niet leuk vind.
  • Ik vertel nooit mijn familienaam of mijn adres aan mensen die ik niet écht ken, ook al vragen ze dat.
  • Mijn paswoorden zijn geheim, ik geef ze aan niemand door. Een paswoord is als een sleutel van een huis: niemand kan eisen dat ik die doorgeef.
  • Als er tijdens het chatten iemand opduikt die me vraagt om me “in het echt” te mogen ontmoeten, praat ik daar in ieder geval met mijn ouders of leerkracht over.
    Zelfs als het gaat over iemand die ik ken!
  • Ik bel nooit zelf iemand op die ik tijdens het surfen of chatten heb leren kennen. Ik praat daar eerst over met mijn ouders of leerkracht.
  • Ik stop met surfen of chatten als er iets gebeurt dat ik niet leuk vind, als ik er mij niet goed bij voel, als ik overstuur raak of bang wordt of als ik wat niet begrijp. Praat erover met je ouders, met andere volwassenen die je vertrouwt of met vrienden.
  • Ik denk eerst na!
    Ik geloof niet alles wat ik lees of zie op het internet. Ik probeer na te denken en me af te vragen of het wel zo is. Als ik twijfel vraag ik advies aan mijn ouders, mijn leerkracht of andere volwassenen die je vertrouwt.
  • Ik ben op mijn hoede zodra er sprake is van geld, en ik praat erover met mijn ouders of leerkracht.
  • Ik bescherm ook de anderen. Ik doe niet wat hen pijn kan doen, hen overstuur of bang kan maken of hen in gevaar kan brengen.